Familiebedrijf
Samen met zijn vader en broer had Toon van Sadelhoff plm een hectare komkommers en twintig hectare witlofop hydrocultuur. Daarnaast hadden ze nog wat vollegrond ,een thuiswinkel en leverden ze aan locale winkeliers. Ze hadden twee mensen vast in dienst en zeven part-timers, plus zo´n twintig scholieren in drukke periodes. Het bedrijf was een echt familiebedrijf. Toons grootvader zette het bedrijf op, Toons vader bouwde de 1e kas. Al sinds zijn vroegste jeugd werkte Toon mee in het bedrijf van zijn ouders. Alles wees erop dat hij het bedrijf over zou gaan nemen. Toch twijfelde hij na de mavo tussen de RMTuS en de MTS. Maar toen tegelijkertijd een medewerker van zijn vader vertrok en de dienstplicht dreigde voor Toon, werd de knoop doorgehakt. Toon maakte een deal met zijn vader: hij ging in het bedrijf werken en kon daarmee de dienstplicht ontlopen. Een eigen tuinbouwbedrijf beviel hem wel dacht ie: het was de perfecte combinatie van groen, economie en techniek. Ondertussen deed hij de RMTuS en allerlei cursussen. In 1984 bouwden ze een moderne witlofkwekerij.
Te klein om rendabel te zijn
De laatste grote investering deden ze in 1994, toen werd een nieuwe kas gebouwd, groter met nog meer personeel wilden ze niet en kon qua ruimte ook niet. Toon: “Toen zeiden mijn broer en ik nog tegen elkaar: nu redden we het wel tot ons 65e. Nou, mooi niet dus hoewel we ook een lange voorspoedige tijd hebben gekend met echte topjaren. Maar vanaf 2002 met de komst van de Euro ging het steeds minder. De kosten voor energie en arbeid zijn in tien jaar tijd verdubbeld, terwijl de prijs voor het product hetzelfde is gebleven.” Het bedrijf was relatief klein. Toon: “Kleinere bedrijven zijn minder geschikt voor verregaande automatisering ,hebben lagere energieefficiencie en betalen relatief meer voor hun energie dan grote bedrijven. Daardoor zien banken geen toekomst in kleine bedrijven, en dat heeft veel kleine bedrijven de kop gekost.” Toch hielden ze het lang vol. Toon: “Je blijft hopen op dat goede jaar, wat er altijd nog wel was, dus besluit je steeds om door te gaan. Na een paar slechte jaren ga je evalueren: waar ben je goed in, wat kan je veranderen? De huisverkoop en de handel liep redelijk, dus we hebben geprobeerd dat uit te breiden door ons aan te sluiten bij een keten van landwinkels. Ook is er nog onderzocht om het bedrijf te verplaatsen en ook door te groeien. Daarvoor moesten we wel investeringen doen, maar de bank besloot eind 2009 anders. Toon: “Dan stort je wereld echt even in . We moesten het gaan vertellen, mijn ouders en het personeel, famillie. Dat was heel moeilijk, sommigen werkten al tien jaar bij ons. Voor mijn vader was het ook erg heftig. Hij is inmiddels tachtig, maar werkt nog steeds veel buiten.”
Angstige periode
Voor Toons broer heeft de bedrijfsbeeindiging grote gevolgen. Hij heeft een aangeboren lichte handicap, waardoor hij een afstand heeft tot de arbeidsmarkt. Dat maakt het voor hem lastig om een baan te vinden. Als ondernemer heb je geen recht op sociale voorzieningen na je stoppen. Er wordt medisch wel flink gesleuteld aan hem dus de kansen keren. En dan kan hij ook op zoek . Ook voor Toons vrouw en kinderen was het een angstige periode. Toon: “Stoppen doe je niet uit weelde. Maar mijn gezin heeft me heel goed opgevangen.” Ze stonden achter zijn keuze. Het scheelde dat Toon geen opvolger had; zijn dochter is afgestudeerd als journalist, zijn zoon doet een muziekopleiding en zijn vrouw heeft een eigen baan .
Het viel niet mee om een koper te vinden voor het bedrijf.Diverse projectontwikkelaars toonden interesse in de grond, maar vanwege de stagnerende huizenmarkt ging de koop telkens niet door. In de zomer van 2011 was er uiteindelijk toch nog een gegadigde en werd het bedrijf verkocht.
Falen
Toon vindt het nog moeilijk om te praten over hoe alles gegaan is. “Je hebt toch min of meer het gevoel dat je gefaald hebt. Je hebt erin geloofd en op een gegeven moment lukt het toch niet. Ik kan er goed met mijn vrouw over praten, en verder zegt iedereen ook dat ik dat gevoel niet hoef te hebbenen, dat besef ik terdege en ik kan het ook goed beredeneren en analyseren maar dat 'had ik maar...'- gevoel bekruipt je toch. Je hebt al je persoonlijke bezittingen in het bedrijf zitten. Ik dacht steeds 'als ik nog één keer geld kan lenen... ´ Maar eigenlijk moet je je ogen dicht doen en een fink scherpe bijl nemen om de knoop door te hakken.” Directe negatieve reacties heeft Toon niet gehad. Wel proeft hij af en toe een licht verwijtende toon. Toon: “Er wordt over gekletst, dat hou je toch. Ik ben geen kouwe kikker, anders had ik misschien vijf jaar geleden het al personeel weggestuurd en toen de boel verkocht nog voor de recessie; ook dat is ondernemen!
Solliciteren
Toon was 53 toen hij stopte, en vond zichzelf nog veel te jong en dynamisch om het hierbij te laten. Hij schakelde zijn hele netwerk in bij zijn zoektocht naar werk. Het viel niet mee om een baan te vinden. Toon: “Je bent toch 50 geweest. Ik denk dat ik wel 30 keer heb gesolliciteerdin 3 maanden. Op een gegeven moment ga je overal op solliciteren.” Toon heeft gevreesd voor zijn gezondheid. Twaalf jaar geleden is hij ernstig ziek geweest. Het voortdurend blootstaan aan stress kan de kans vergroten dat de ziekte terugkomt. Als ondernemer heb je geen recht op een ww-uitkering, dus er zat veel druk op het solliciteren. Toon werkte kort voor een zorgbedrijf, daarna zes weken in een callcenter. Toen kwam de huidige vacature voorbij: bij een groot tuincentrum zochten ze een leidinggevende, met ervaring en met kennis van planten. In maart 2010 solliciteerde hij en in april kon hij er aan de slag.
Inspirerend
Toon voelt zich in zijn nieuwe baan echt op zijn plek; het voelde als een warm bad! De combinatie van leiding geven en de omgang met medewerkers en klanten vindt hij erg inspirerend. Toon: “Het is alsof ik een eigen bedrijfje in een groot bedrijf heb teruggevonden, maar zonder de financiele en personele eindverantwoordelijkheid.” Voor zijn gezin betekent zijn nieuwe baan dat Toon 's avonds meer thuis is, hoewel hij dan nog veel achter de computer zit om de laatste zaken rondom de afwikkeling van het bedrijf te regelen.
Boeren die bedrijfsbeeindiging overwegen wil Toon het volgende meegeven: “Wees niet bang om verandering aan te gaan, ook al ligt die niet in je straatje. Boeren en tuinders moeten in hun bedrijf steeds allerlei problemen oplossen en hebben daardoor meer in hun mars dan ze denken. Die kwaliteiten komen ook van pas in andere banen, schroom dus niet om ook heel andere dingen aan te pakken.”
