Geen melkveebedrijf, maar nog wel tussen de koeien

Hans Dirksen uit Beusichem

Stoppen met je bedrijf is een grote stap, en dat proces heeft dan ook een aantal jaren geduurd. Hans: “Want dan moet je eerst echt geloven dat het zo niet langer kan. Je bent toch emotioneel verbonden aan het hele spul.”

Stoppen om te kunnen blijven

Dat Hans Dirksen uit Beusichem iemand is die niet bang is om grote projecten aan te pakken, wordt meteen bij aankomst duidelijk: er staan wel 20 twintig auto’s voor de deur. De grote verbouwde houten schuur waar sinds 2007 vergaderruimte gehuurd kan worden, zit helemaal vol. Het bedrijf van Hans Dirksen, DMS (Dirksen Management Support), bestaat sinds 1996 en telt inmiddels 8 acht man personeel. DMS adviseert melkveehouders, vooral in studiegroepen.
Zo´n grote onderneming is niet altijd Hans´ bedoeling geweest. In 1986 rondde hij zijn studie aan de Hogere Landbouwschool af, met het plan om buitenshuis te gaan werken en ondertussen zijn ouders te helpen op hun melkveebedrijf. Maar nog geen jaar later overleed zijn vader onverwacht op 52-jarige leeftijd, en nam Hans het bedrijf over met zo’n 30 koeien, een grupstal en een bovengemiddelde financiering. Omdat er geen geld was om quotum bij te financieren werd al snel duidelijk dat Hans in deeltijd erbij bleef moest blijven werken, in de automatisering en advies, vooral rondom mineralenwetgeving. Dat ging steeds beter en toen Hans na een jaar of 8 besefte dat het melkveebedrijf meer kostte dan opleverde en besloot hij te stoppen met zijn melkveebedrijf en zich full-time te gaan richten op het advieswerk. Zijn belangrijkste motivatie: op deze plek te kunnen blijven wonen. Hans: “We zijn boer geworden om hier te blijven wonen en vervolgens zijn we ook weer gestopt om hier te kunnen blijven wonen.”

Geen moment, maar een proces

Stoppen met je bedrijf is een grote stap, en dat proces heeft dan ook een aantal jaren geduurd. Hans: “Want dan moet je eerst echt geloven dat het zo niet langer kan. Je bent toch emotioneel verbonden aan het hele spul.” Maar drie jaar later heeft hij de stap genomen. Hans vertelt hoe dat ging: “In april 1996 zijn we gestopt met het bedrijf. We hebben de koeien toen eerst nog een poosje doorgemolken, want ik was er nog niet aan toe ze weg te doen. In augustus zijn de laatste melkkoeien weggegaan en twee jaar later de laatste dieren, want we hebben de kalfjes nog opgefokt tot vaars. En na dat moment is er nooit meer een koe op het erf geweest.” Het was een moeilijke tijd, maar Hans is er nuchter onder: op het moment dat je die stap genomen hebt, moet je het ook kunnen loslaten. “Ik loop nu nog iedere dag tussen de koeien, alleen zijn ze niet meer van mij.”

Op tijd stoppen is niet falen

Hans had het geluk dat hij al twee dingen deed die hij allebei leuk vond: het advieswerk en het boer zijn. Alleen groeide het melkveebedrijf niet mee met de ontwikkelingen. Het moment kwam dat er een ligboxenstal zou moeten komen in plaats van de grupstal, en die investering zag Hans niet zitten, vooral omdat hij zijn andere werk ook heel leuk vond. Toen was de keuze duidelijk. Die keuze heeft Hans zonder hulp van anderen genomen: “Ik ben zo iemand die vindt dat je dat toch zelf moet doen. En bovendien was er toen ook nog niks qua hulp.” Collega’s vonden de keuze om te stoppen maar vreemd. Hans: “Toen ik als deeltijdboer ging werken vonden ze me vreemd, toen ik stopte vonden ze me vreemd. Je krijgt dan toch naar je hoofd geslingerd dat je gefaald hebt. Maar op tijd stoppen is ook ondernemen. Op het moment dat de bank een bord in de tuin komt zetten moet je weg zijn. Dat idee was voor ons onverteerbaar.” Van de buren die toen zeiden dat Hans gefaald had, zijn er inmiddels ook een aantal gestopt. Hans lacht erom: “En nu zeggen ze ‘ach, jij hebt geluk gehad’. Dat zijn best wel grappige dingen. Daar moet je niet wakker van liggen.”

Van melkvee naar advies

De keuze om te stoppen met het bedrijf kwam voor Hans op het juiste moment: “Ik had al iets ernaast, ben altijd deeltijdboer geweest. En ik was een jaar of 35, en als je dan iets anders wilt gaan doen moet je het op die leeftijd doen.”
Sinds 1996 richt Hans zich dus full-time op het advieswerk. Het opzetten van zijn adviesbedrijf was vooral een investering in tijd, geduld en motivatie. Het was een avontuur waarvan hij van tevoren niet wist waar het zou eindigen. In 1998 kwam de eerste medewerkster erbij, in 2000 de tweede, en van lieverlee is dat gegroeid tot 8 part-time medewerkers. Hans: “Ik deed iets met melkveehouders wat ik leuk vond, en dat is steeds verder gaan uitbreiden. Ik had daar van tevoren niet echt een verwachting van, behalve dat ik er een snee brood mee kon verdienen, en dat is gelukt.”

Toekomstplannen

Hans heeft altijd al dingen gedaan die niet gangbaar waren. Hans: “Ik werd gelijk deeltijdboer toen ik uit school kwam, want ik wilde mensen zien. Ik ben op tijd gestopt en dat deed je ook niet, dat deed je pas als de bank dat vertelde. En nu is het weer een nieuw avontuur om zoveel mensen in dienst te hebben.“ Hij ziet de toekomst voor zijn bedrijf zonnig in: de melkveebedrijven blijven groeien en daarmee ook de vraag naar kennis en advies.

Succesvol omschakelen

Boeren die overwegen te stoppen met hun bedrijf wil Hans de volgende tips meegeven: stop op tijd, voordat de schulden zo groot zijn dat je weg moet; geloof in dat wat je gaat doen succesvol wordt; en doe het met passie voor de plek waar je opgegroeid bent. 
Ook onder de boeren die Hans adviseert, komt hij wel eens bedrijven tegen met zoveel problemen, dat hij het onderwerp van stoppen bij ze aansnijdt. Sommigen van hen zijn inmiddels gestopt met hun melkveebedrijf, met dezelfde belangrijke drijfveer als Hans indertijd: om op deze locatie te kunnen blijven wonen. Het prachtige uitzicht over de weilanden vanuit Hans’ huis zegt genoeg.